Zoek een opdracht

login of registreer alsjeblieft om op deze opdracht te reageren.
2 apr 2023

Scriptiebegeleiding Actuele criminologie Nog geen ratings

Melanievdee

Opdracht omschrijving

Alle onderdelen voldoende onderbouwen met

literatuur

0= niet uitgevoerd

1 = beperkt uitgevoerd

2= redelijk uitgevoerd

3= goed uitgevoerd

1.Analyse van casus met behulp van 2 psychologische theorieën (HS 4 + collegestof + bronnen).

2.Analyse van casus met behulp van 2 sociologische theorieën (HS 5 + collegestof + bronnen)

3.Samenhang tussen de psychologische en sociologische theorieën wordt beschreven en schematisch weergegeven met behulp van het ICAP model (HS 4 en 5 + Collegestof + bronnen). Integratie van de verschillende perspectieven zijn belangrijk!

4.Onderbouw met behulp van de theorie over straffen (HS 7 + collegestof + bronnen) in hoeverre je vindt dat het gedrag van de jongere moet worden bestraft? Wat zijn de effecten daarvan geweest? Zijn er passender alternatieven voor jouw casus?

5.Bedenk een interventie waarmee je het probleemgedrag van de jongere had kunnen voorkomen/het gedrag van de jongere eerder positief had kunnen beïnvloeden. Onderbouw jouw interventie met behulp van de literatuur over preventie (HS 6 + collegestof + bronnen) en de psychologische en sociologische theorie die je bij criteria 1 en 2 hebt gebruikt. Maak ook gebruik van bestaande succesvolle interventies. (Movisie1, NJI enz)

6. Onderbouw met behulp van de theorie over slachtofferschap (HS 8 + collegestof + bronnen) welke vormen van slachtofferschap in de casus naar voren komen. (denk bijvoorbeeld aan herhaald slachtofferschap, blaming the

victim, primaire/secundaire/tertiaire victimisatie etc.). Belangrijk: Effecten op slachtoffer(s) beschrijven.

7.Eindmeting waarin je reflecteert op de antwoorden uit jouw startmeting met behulp van de kennis die je in de module hebt opgedaan. Leg verband met het werken als professional in een gedwongen kader. Relateer dit aan de 7 competenties van de forensisch sociaal professional https://www.movisie.nl/artikel/7-competenties- forensisch-sociaal-professional

Casus Luuk:

Luuk, 22 jaar, thuis

Ik weet alles van brommers

Ik weet alles van brommers. Hoe alles werkt, startonderbrekingen dat kan ik eruit halen en dit en dat. Ja dat vond ik gewoon leuk. Ik begon toen ik zestien was met, eerder, vijftien volgens mij. Had ik m’n eerste scooter gekocht voor tweehonderd euro. En op een gegeven moment was die stuk en denk ik, ik haal hem helemaal uit elkaar en ik bouw alles weer op en hij doet het weer. Zo heb ik mezelf aangeleerd om scooters te repareren. Gewoon proberen en ik kijk wel waar ik eindig.

Onhandelbaar kind

Ik was als kind onhandelbaar: ik kon niet goed leren, ik had altijd ruzie op school, de juffrouw geslagen en dingetjes stelen. Dat soort dingetjes. Ik heb ADHD, dus ik was te druk, ik was agressief en volgens hun was ik seksistisch en weet ik het allemaal. Op de kleuterschool ook. Laat ik het zo zeggen, ik zat meer thuis dan dat ik op school zat. Op het moment dat ik die stempel kreeg van ADHD, mocht ik niet meer mee gymmen, niet meer mee zwemmen en buitenspelen. En op een gegeven moment mocht ik niet meer met anderen in een klas zitten, werd ik maar alleen opgesloten in een lokaal en moest ik het maar uitzoeken. Alles wat ik moest hebben, dat werd afgenomen. Ze wisten niet wat ze met me aan moesten. Ik ging niet meer naar school, met de hulpinstanties had ik te maken en het ziekenhuis voor onderzoeken waarom ik zo agressief ben en dat soort dingen.

Uit huis geplaatst

Toen uiteindelijk, rond een jaar of zes ben ik uit huis gegaan en ben ik op een groep terecht gekomen. Ik heb daar twee jaar gewoond. En dan ben je acht en dan kom je weer thuis. Thuis is wel altijd mijn basis geweest, waar mijn ouders altijd waren, in dit huis. Later heb ik van m’n ouders gehoord dat het een heel gedoe was om mij thuis te krijgen weer, want de instanties wouden eigenlijk dat ik eigenlijk nooit meer thuis zou komen wonen. Want ik was onhandelbaar en ik was dit en ik was dat. Allemaal hulpinstanties, weet ik het allemaal. Mijn ouders hebben gezegd van, we halen onze zoon terug en dit en dat. Zij hebben er een hoop tijd over lopen vechten van hoe of wat. Voor de rest weet ik er eigenlijk niet heel veel van.

Medicatie

Ik ben in die periode helemaal vol gedouwd met de medicijnen. Ritalin en Concerta, dat soort dingen en op een gegeven moment hadden ze weer wat nieuws. Werd dat geprobeerd, dat werkte niet. Toen van dat ene medicijn kreeg ik epilepsie, absences en dingen en weet ik het allemaal, die rotzooi. Toen heb ik op een gegeven moment gezegd toen ik acht was van, ik stop ermee. Met alle medicijnen. Ik wil

30

het niet meer. Toen was ik al ongeveer weer een beetje thuis. Toen ging het alleen maar goed. Ik presteerde beter en dat bleef weer even zo.

Beetje klooien

Rond mijn negende jaar zo ongeveer ging ik weer een beetje klooien. Vanaf dat moment is het eigenlijk bergafwaarts gegaan. Ook op een gegeven moment, ik ging gewoon niet naar school. Dus ik had alleen maar tijd. Dus dan ga je hele andere dingen doen. Zoals dingen stelen, ze noemen het stelen, maar ik het pak het gewoon als het open staan. Het begint met kattenkwaad en uiteindelijk wordt het erger. Het begon met brandje stichten, vuurtje maken, uiteindelijk bleef het niet bij een klein vuurtje. Uiteindelijk gingen er van die gascontainers en plastic bakken. Allemaal in de fik steken, bomen in de fik steken. Oude huizen die leeg staan, die kapot zijn, ook in de brand steken. Uit verveling gingen we een brandje maken. Dat is leuk, om een keer in een huis wat half gesloopt is, om daar een keer een brandje in te steken, dan staat het hele huis in de fik.

Beïnvloedbaar

Ja, ik was heel makkelijk beïnvloedbaar vroeger. Bij wijze van spreken, ze gooien een steen door het raam heen en dan zeg ik eerst, nee. En dan blijven ze pushen, durf je niet, durf je niet. En dan pak ik een steen, flats, erdoor. Het was ook gewoon, ik besefte me op sommige moment van, dit is niet de bedoeling om dit te doen. Het is niet goed, maar ik wil laten zien dat ik het kan, dat ik het durf. Dat soort dingen. En een stukje kick, spanning en adrenaline op dat moment. Het is gewoon ook uit verveling ga je ook dingen doen op waar huizen gebouwd worden. Overal naar binnen en op bouwplaatsen, ook allemaal dingen meenemen. Gereedschap, bouwlampen, shovel proberen te starten met van alles nog wat. Ermee rijden, aan gort rijden, ook gewoon een beetje te klooien.

Stelen was makkelijk

Tussen me tiende en vijftiende ongeveer, toen werd ik eigenwijs. Toen ging ik stelen. Ik weet niet. Dat was makkelijk, ik kon het. Ik ben er zo ingerold. Was met vrienden, gewoon een keer opwindend, ze waren allemaal aan het klooien. Wat moet je ook doen hier, in zo’n dorp? Er is geen bal te beleven hier. Het is gewoon een beetje kattenkwaad, dat loopt uit de hand op een gegeven moment. En dan ga je er weer mee door omdat het zo makkelijk is. Ook dat stelen, het was voor mij zo makkelijk, niemand die het zag. Dat ging snel, dat ging makkelijk, ik ben nooit gepakt, ik denk nou, weet je, dan gaat het goed. Zolang het goed gaat, is het grappig, is het makkelijk. Gewoon met vrienden, met andere vrienden. Ik was altijd met meerdere. Dat valt minder op. Het is gewoon je loopt die winkel in, je kijkt even rond zo en in die camera’s. Dan kijk ik eerst wat de werknemers doen en- Kijk, als ik in de gaten word gehouden, dan heeft het geen zin om wat mee te nemen. Als er te veel camera’s staan dan koop ik het wel lekker gewoon. Het is niet per se om het te hebben. Het ging gewoon omdat het makkelijk is. Je hoeft niet zo heel veel inspanning of moeite te doen, om iets te krijgen zonder te betalen. Dat geldt ook voor brommers: Op een gegeven moment staat er ergens een schuur open en daar staat een Puch en ik pak gewoon die Puch en ik rijd weg. Zo begon dat eigenlijk met brommertjes stelen. Dat is leuk, een brommertje rijden. Het ging makkelijk want ik heb eigenlijk heel lang nog nooit echt problemen gehad om wat te pakken of gezeik erom gehad. Zal ik zeggen dat ik er een stuk of vijftig heb gepakt zonder dat ik gepakt ben.

Doen alsof je dom bent

Met onderzoeken, dat moet je een beetje doen alsof dom bent, want dan is die straf misschien wat minder. Dat weet ik dan toevallig ook weer. Dat zijn wel dingen, daar moet je over nadenken op het moment dat je gepakt wordt. Hoe ga ik me daar nog een beetje onder vandaan lullen? Want ze kijken altijd of je werkt met je handen of zenuwachtig bent en of je eroverheen kijkt, of je aan het liegen bent of niet. Of je zenuwachtig bent of je het nou hebt gedaan of niet, dat kunnen ze aan iemands lichaamstaal al een beetje zien. Of je nou eerlijk bent of dat je het nou echt niet weet.

Leren door te doen

Op mijn dertiende ben ik begonnen als fietsenmaker. Heb ik van alles en nog wat gedaan. Betonvlechten, de bouw, lassen, van alles en nog wat. Autosloperij gewerkt, scooterzaak gewerkt. Dat is allemaal voor kort geweest. Bij het eerste bedrijf had ik het heel erg naar mijn zin, toen was ik ook echt, zat ik ook echt op mijn plek. Maar dat ging failliet. Was nog om de hoek eigenlijk nog dat bedrijf ook. Gewoon veertig uur in de week keihard werken, elke dag op tijd of wat eerder. Altijd later weggaan. Ik vond het gewoon leuk. En lassen vind ik leuk om te doen. Daar kun je goed rijk mee worden, maar dan moet je wel de papieren hebben. Die heb ik niet. Ik heb alle kennis opgedaan uit de praktijk. In de theorie zal ik dan zakken, maar in de praktijk zal ik het halen. Dan weet ik sommige

31

dingen wel, maar dan heb je moeilijke vragen in je boekje en dan snap ik er weer geen reet van. Hetzelfde met autotheorie, ik weet hoe je een auto moet rijden, ik weet hoe een auto in elkaar zit, ik weet alle regels. Maar dan moet je een kutboekje doen en dan snap ik het niet. Met de theorie ga ik gewoon mondeling examen doen. Dan is het voor mij makkelijk, want dan hoef je het niet zwart op wit de antwoorden te geven. Hun begrijpen ook wel wat jij bedoelt te zeggen wat het antwoord moet zijn.

Weer naar school

In die tussentijd, ben ik een hele tijd niet naar school geweest. Ik had vanaf mijn dertiende al eigenlijk ontzegging van school, omdat ik toch niet ging. Ik was wel leerplichtig, maar ik heb nog nooit een boete gehad of wat dan ook, niks. In principe hadden zij zoiets van, oké, prima als jij je thuis vermaakt. Dus als ik zin had om naar school te gaan, ging ik naar school toe. Als ik me erg verveelde, dan ging ik gewoon naar school toe. Ik moest naar school. en ik blijf er even en ik ga weer weg. Ik heb daar niks mee. Rond m’n veertiende ging ik weer naar school. Ik deed dat praktijkgedeelte, alleen en af en toe een beetje theorie, een beetje praten. Toen ik vijftien was ging ik weer op speciaal onderwijs. M’n ouders vonden dat ik naar school moest gaan. Ik had zoiets van yo, ik ga niet. Toen ging ik daarna naar zo’n trainingsschool dinges. Ze hebben allemaal gezegd van je gaat heel veel praktijk doen en uiteindelijk was het alleen maar theorie. En uiteindelijk niks. Op m’n vijftiende kreeg ik ook al geen huisarrest meer, niks. Het had toch geen zin, ik ren toch wel weg. Ik ging op m’n zestiende naar een andere school. Die school had ik niet afgemaakt. Ik werd overgeplaatst en ging ik ergens anders heen en daar maar weer proberen. Daar heb ik ook niks afgemaakt. Vanaf m’n zestiende. Best wel een tijd. Ik weet alleen niet meer hoe oud ik was toen ik wegging.

Het verkeerde terrein ingerold

Rond me vijftiende toen leerde ik weer iemand kennen. Dat was dus niet zo heel handig. Door hem ben ik eigenlijk scooters gaan jatten, invalidekarretjes en dat soort dingen. En daarmee ben ik in de fout gegaan. Kijk, ik weet alles van een scooter. Hij zei “ik weet het ook”. Dus hij pakt een scooter, hij loopt te kloten, hij trekt het hele contactslot eruit. Dat heeft geen zin, want dan kan je hem niet starten. Hij zei “dat heb ik wel vaker zo gedaan”. Ik zei “hij start niet”. Hij probeert dat ding aan te doen en dat lukt niet. Voor mij was dat boter kaas en eieren, dat was gewoon makkelijk. Dus op dat moment ben ik denk ik dat verkeerde terrein ingerold. Vanaf toen ofzo begon ik echt grote dingen te jatten. Ook bij winkels gewoon m’n tas helemaal volduwen met dingen. Albert Heijn, kledingwinkel, alles, Bijenkorf, dat soort dingen. Het werd steeds makkelijker, voor mij. Een ander die wordt helemaal rood en die gaat helemaal stressen van “wat als ik gepakt word?”. Ik pak het en ik doe het in m’n zak en ik loop gewoon rustig die winkel weer uit. Ik voel geen schaamte. Ik zette dat uit gewoon, nou ja, boeien. Ik ga niet opvallend lopen doen. Het is je gevoel uitzetten. Ook verkeerde vrienden waren het. En ik keek er niet tegenop, hè. Het is makkelijker. Je had geen geld nodig om wat te pakken, weet je. Daar ging het allemaal natuurlijk een beetje om. Ik werkte toen ook al. Gewoon bij een kwekerij. Dus ik had gewoon geld. Het is altijd makkelijk als je het niet uit hoeft te geven. Zodat ik kon sparen, of voor andere dingen, weet je wel. Gewoon kleren kopen, gewoon sparen, zo’n beetje.

Eén keer gepakt voor brommer

Ik ben er ook nooit in gepakt of zo. Ik ben alleen tegen de lamp aangelopen met die scooters stelen en zo en met dat soort dingen. Dat was op m’n twintigste zo’n beetje geweest. Iemand had een brommer gestolen, wist ik niet en ik had hem gewoon gemaakt, ik reed er een rondje op, hij reed er de hele tijd op en toen werd er gezegd dat ik die brommer had gestolen. Klopt niet, dus ruzie gehad, ook weer iemand in elkaar moeten slaan, omdat ik zeg je raakt me niet aan, want ik pak je gewoon en dan krijg je gewoon een stomp. Vanuit daaruit heb ik heel lang ruzie gehad met die vriendengroep. De politie kwam me ophalen en ik moest mee. Mijn broer zei nog tegen ze van ja ik heb er ook op gereden en daar wordt niks tegen gedaan. Hebben er zes man op gereden, iedereen zegt ik heb erop gereden en wie wordt er alleen gepakt? Ik, want ik had toen al een naam weet je, winkeldiefstal dit dat zus zo aso’tje van de buurt zo’n beetje, ik deed alles. Toen moest ik voorkomen bij de rechtbank, maar ik kreeg geen straf, want ze konden niet hard maken dat ik hem heb gestolen en dat ik er alleen rondjes op reed.

Nogmaals naar school

Op m’n achttiende ben ik nog een keer naar een ROC gegaan. Heb ik entree, nog wat niveau één gedaan. Heb ik half jaar gezeten en dag, ik ga wel weer. Ze zeiden van, je gaat daar heel veel met je handen bezig zijn. Uiteindelijk was ik alleen maar in m’n boeken. Ik heb een hekel aan boeken, want ik ben dyslectisch. Lezen, daar heb ik niks aan. Ik heb daar best wel een tijd gezeten. Rond achttien, negentien ging ik daar weer weg sowieso. Merendeels van de tijd was ik er niet. Ik kwam ’s ochtends

32

aan, vroegen ze ook, heb je zin? Nee. Oké, doei. Dan ging ik weer. Toen ging het gewoon goed. Eventjes en dan ben je weer van school geschorst en dan heb je gewoon weer heel veel vrije tijd en dan ga je weer lopen klooien.

Ongeluk

Ik heb ook nog een ongeluk gehad, was m’n gezicht helemaal verbrand geweest. We hadden een vuur gemaakt, maar er werd de fiets van een vriend van me werd op dat vuur gegooid. Dus ik denk “ik haal die fiets eraf” en aan de andere kant staat iemand me met een fles wasbenzine, die spuit ‘ie helemaal leeg. Ik kreeg een hele steekvlam in m’n gezicht. En ik had al ruzie met die jongen. Anderen zeggen, het was per ongeluk en ik hoor weer van anderen, het was weer expres. Ik ben helemaal door het lint gegaan. Heb ik alles staan slopen. En uiteindelijk sta ik dus bij diegene voor deur. Ik zeg “kijk wat je hebt gedaan”. En ik geef hem zo een knal voor z’n kanis. Toen werd dat vechten en toen uiteindelijk met politie en alles erbij. Zijn vader die stond met een stalen honkbalknuppel, die zou mij even kort en klein slaan. Toen ben ik opgepakt door de politie en uiteindelijk de ambulance gebeld, moest ik aan het infuus omdat ik uitgedroogd was. Ik heb eerste eerstegraads en derdegraads verbanding gehad. Ik ben een week toen niet op school geweest. Toen ben ik daarna weer naar school gegaan en kom je aan met een verbrand gezicht. Ik had geen littekens van die verbranding. Maar als ik littekens over had gehouden aan die verbanding, had ik hem toen nog een keer gepakt. Dan had hij ook een litteken in z’n gezicht gehad.

Mishandeling

Een jongen die ik via via kende kwam uiteindelijk ook bij ons in de vriendengroep toen terecht en toen begon hij op een gegeven moment allemaal onzinverhalen te lullen. En toen zei ik “nou ben ik het zat”, ik zeg, “als je nou hierheen komt dan stamp ik je even in elkaar”. Ik heb hem gewoon gewaarschuwd, als je dan niet luistert ja dan krijg je ze gewoon en de consequenties zijn voor mezelf. Je moet gewoon niet gaan lopen fucken in de groep. En toen kwam hij en toen heeft hij een paar beuken gekregen. Zijn vinger gebroken, gewoon in een kruisje, hij had vier losse delen. Heb zijn vinger gepakt en rondgedraaid. Zijn vrienden deden niks, ja ze hebben me geprobeerd tegen te houden, toen heeft ook een vriend van hem me bij de strot gepakt. Ik zeg “nou moet je oprotten anders pak ik jou ook. Nou gewoon op afstand blijven kijken”. M’n broer deed niks. “Het is zijn eigen schuld” zei hij, “had hij dat maar niet moeten zeggen hè”. Die jongen heeft aangifte gedaan, heb ik wel een schadevergoeding voor moeten betalen van 30.000 euro. Hij kon niet werken, hij had toen geen werk, maar hij kon niet werken en ziekenhuiskosten moest ik betalen en rijkosten moest ik betalen. Ik was achttien zo’n beetje. Toen heb ik uiteindelijk de helft betaald in één keer. Ik zat toen onder bewind voering en de bewindvoerder had gespaard, dus toen allemaal in één keer betaald, ongeveer de helft. De andere helft die is kwijtgescholden, omdat ik aan kon tonen dat hij geen werk had toen.

Vader zelfmoordpoging

Ik had ruzie met mijn vader gehad. Ik was dus bij een vriend thuis, daar blijven slapen. En m’n broer belt me en m’n moeder belt me. Ik neem niet op. En toen hoorde ik van, er staat een ambulance voor je deur. En toen uiteindelijk hoorde ik via via dat m’n vader een zelfmoordpoging heeft gedaan. Toen moest ik naar huis van m’n broer. Ik zeg, “ik ga niet mee naar het ziekenhuis”. Hij zegt, “je blijft ook niet alleen thuis”. Toen moest ik mee naar het ziekenhuis toe. Toen bleef ik in de wachtkamer wachten. Toen gingen hun, dus m’n moeder en m’n broer gingen naar m’n vader toe. En ik denk, dat duurt best lang, ik denk, ik ga wel even kijken. En toen brak ik ook. Ik was gewoon boos nog steeds. En dan zie je je vader zo liggen in dat bed op het Intensive Care, helemaal shaken en pijn. Het blijft toch je vader. Daar heb ik heel lang schuldgevoel voor gehad. Een schuldgevoel voor het feit dat we met ruzie eigenlijk uit elkaar zijn gegaan en dat hij die zelfmoordpoging heeft gedaan.

Doorgedraaid

Ik heb nog een keer drie weken in een psychiatrisch ziekenhuis gezeten. Dat zal twee en een half jaar geleden zijn. Ik had ruzie gekregen met m’n vriendin en ik ging me helemaal bezatten op m’n verjaardag. Er gebeurde iets. We hadden al ruzie. Zij gooide drinken over mij heen. Ze stootte, ze zegt zelf dat het per ongeluk ging. Iedereen zag dat het expres was. En m’n vader die was ook net uit het ziekenhuis dacht ik. Hij was nog helemaal niet de oude, nog steeds niet. En daar zat ik ook nog steeds mee. En ze zei, “je moet je vader de schuld geven van alles” en dit en dat. En uiteindelijk draai ik door en wou ik me eigen van kant maken. Ik heb met m’n vader geworsteld, gevochten, soort van op de grond moeten gooien en dit en dat. Heel me armen lagen helemaal open. Heb ik met een sleutel in m’n arm lopen hakken. Echt gewoon van hier tot hier lag helemaal open, allemaal sneeën erin en gedoe, en deze ook. Niemand heeft mij tegen kunnen houden. Dat is lastig als ik boos ben om

33

mij tegen te houden. De enige die me een beetje tegen kon houden toen, dat is m’n broer. Hij weet hoe hij mij op de grond kan krijgen. Je kan m’n armen vasthouden, maar als je benen niet vasthoudt, dan heb je mij eigenlijk compleet helemaal niet vast, want ik kom dan los. Hoe meer mensen om me heen staan, hoe bozer ik word, en hoe bozer ik word, hoe sterker ik ook word.

Psychiatrisch ziekenhuis

Ik kan me er eigenlijk niks van herinneren van die hele dag niet. Ik heb alles moeten horen van vrienden en van m’n ouders en van m’n broer en weet ik het allemaal, wat ik heb gedaan. Alleen het begin van die verjaardag en dat toen met m’n vriendin. Vanaf dat moment weet ik eigenlijk niet. Dus op een gegeven moment werd ik wakker in een ziekenhuis in m’n onderbroek van, “wat doe ik hier?” Ik zat opgesloten. Had een black-out. Van het ziekenhuis die vroeg, “hoe voel je je eigen?” Ik zeg, “ik voel me prima, maar wat doe ik hier?” Dit en dat. Ik zeg, “mag ik naar huis?” Nee. Toen mocht ik m’n ouders bellen en er was voor de rest niks aan de hand. Ik liep daar rond en ik deed voor de rest niks. Mijn ouders die kwamen elke avond langs. Het eten daar smaakt gewoon naar plastic. Is niet te hachelen. Die kwamen dus elke avond gewoon met patat aan. Me ouders hebben me toen erg gesteund. Uiteindelijk heb ik met m’n vader nog zitten praten en wat ook een deel meespeelde met zijn poging en dat ik daar een schuldgevoel van had. En dat soort dingen en ik heb toen nog wel een jaar nog last van gehad, van dat schuldgevoel. Af en toe nog. Maar dat weet ‘ie niet. Hoeft ‘ie ook niet te weten. Hij zegt van, “het is jouw schuld niet. Je moet geen schuldgevoel hebben.” Dat vindt ‘ie heel erg. Hij hoeft voor de rest ook niet te weten dat ik dat af en toe nog heb. Dat wil ik liever voor mezelf houden. Ik heb daar met niemand over gepraat.

Geen vertrouwen in therapie

Ik ben niet zo veel in therapie geweest. Daar heb ik niks mee. Ik geloof daar helemaal niet in. Want moet ik leren dan ervan? Wat moet nog minder worden? Het is hetzelfde met mensen met demonen met die geesten, weet ik het allemaal en als je wil dat ik gaan geloven, moet ik het zien, moet ik voelen en dan moet ik aangeraakt hebben. Dan pas zou ik zoiets in geloven. Een effect is voor mij dan nog niks, maar ik moet het zien, voelen en proeven, weet ik het allemaal. Dat het echt aanwezig is, dat heb ik niet. En gewone therapie dat ze allemaal praten, praten, praten. Daar heb ik niks aan. Als je er niet in gelooft dan heeft het weinig zin. Dat is hetzelfde met medicijnen. Als je erin gelooft dat iets werkt of ook met die dat iets werkt, dan werkt het voor je. En als jij denkt van, het werkt niet, dan blijft het pijn doen.

Drugs

Er is een periode geweest dat ik veel XTC heb gebruikt. Een week non-stop elke avond. Drie op een avond. Dan had ik weinig slaap. Dat was leuk. Het begon eigenlijk met van, ik wil nou eens wel weten wat m’n vrienden nemen. Dan neem je er eentje. Dat is wel grappig, kan nog. Nog wat pillen. En uiteindelijk werd het alleen maar erger en op een gegeven moment stond ik een keer ’s ochtends in de spiegel en toen waren m’n wangen aan het invallen. Toen was mijn moment, ik stop ermee. Ben ik in een keer mee gestopt. Dus ik weet van mezelf van, tegen wiet kan ik totaal niet en tegen hasj word ik misselijk. Maar tegen harddrugs tegen XTC en cocaïne, daar kan ik wel tegen. Maar ik kan gewoon nee zeggen. Cocaïne, dat is ook sinds dit jaar eigenlijk. Omdat ik het gewoon grappig vind. Als je aan het drinken bent en je voelt je wat misselijk en je neemt dat, dan ontnuchter je eigenlijk weer een beetje. Dus het blijft gezellig en je voelt je eigen goed. Als ik het doe dan is het meestal op de vrijdagavond. Dan neem ik een halve of soms anderhalf of bijna twee gram. Dat is best veel. Maar op zich kan het wel. En ik weet van mezelf dat ik gewoon nee kan zeggen. Doordeweeks denk ik er niet eens aan, doe ik er niks mee. En ik wil niet echt al m’n geld erin gaan steken. Dat vind ik zonde. Ik steek meer geld in m’n scooter dan dat ik daaraan wil besteden. Halfje, dat is al dertig euro. Een hele is al zestig euro. Het is elke keer een hoop geld. Ik gebruik ook nog medicatie. Dat kan ik niet door elkaar heen gebruiken. In het weekend slik ik geen medicijnen. Ze zeggen dat drugs en medicijnen niet samen kunnen, maar ik heb er geen problemen mee. Ik merk er niks van, maar het ligt er ook aan wat voor medicijnen je hebt volgens mij. Ik weet niet eens wat ik gebruik. Een nieuw soort wat ook goed voor de verzekering is. Het is medicatie voor ADHD.

Woningoverval

Op een gegeven moment is er ook een woningoverval geweest, bewapend en weet ik het allemaal. En daar was ik toevallig een soort van bij. Wel bij, niet bij. Dat weet ik dus op dat moment niet echt precies. Want ik had ook weer helemaal onder de drugs en dit en dat. Alcohol en alles. Wiet en weet ik het allemaal. Dat was met Luilak. Het is eigenlijk een vrijbrief van politie, een soort van het idee dat je dat herrie mag maken. Normaal moet het stil zijn. Vanaf tien uur tot zes uur of zo moet het stil zijn.

34

Dan mag je geen herrie maken en nou mocht dat wel. Toen stonden we ineens bij iemand binnen. Het was wel een bekende, waar ik eerst ook met diezelfde gasten binnen stond te chillen. Z’n telefoon werd afgepakt, z’n huissleutels werden afgepakt. Ik zag het en ik stond erbij van oké. Maar toen was het in begin, toen was het een soort van, wist je niet echt van, waarom dat werd gegaan. En uiteindelijk hoorde je dat die man dat helemaal niet wou dat wij daarbinnen zaten. Ik schijn daarbeneden op de bank gezeten te hebben en voor de rest met een bloemetje in z’n gezicht geslagen hebben. Een beetje plagen. Wat is een bloemetje nou? En uiteindelijk is die man helemaal in elkaar geslagen. Dat is boven gebeurd. Ik heb niets gezien of niks gehoord. Hij is overal getaserd, er was gestoken en gedaan. We waren met z’n vijftienen, twintigen zo’n beetje, ook meiden en alles. Het is echt uit de hand gelopen.

Opgepakt

Op een gegeven moment wilde ik weg, omdat het gewoon erger werd, van “wat doe ik hier? Ik heb hier niks te zoeken”. Een man van 65 of zo, daar kan ik sowieso al niet tegen. Ik zeg al, “pak iemand van je eigen leeftijd of iemand die sterker is dan jij”. Want dan heb je in ieder geval ballen aan de broek hangen. Dus toen ben ik gewoon alleen weggegaan naar huis. Hier heb ik geen zin in. En dan hoor ik dat dat er allemaal gebeurd is en een paar weken, maand later word je uit je bed gelift door zes man politie. We wisten al met z’n allen dat we opgepakt zouden worden. Want er is er een van de dames die heeft, die kon de mond niet houden. Iedereen had gezegd, iedereen moet gewoon z’n mond houden, vergeten wat er is gebeurd. Die man is daar achtergelaten en voor de rest niks. Die meid is uiteindelijk naar de politie gegaan. En die kon gewoon niet meer de mond houden erover. Dus uiteindelijk een maand later werden we uit onze bed gelift. Ik was de eerste. En toen zag ik iedereen binnenkomen en binnenkomen en binnenkomen. Zogenaamde vrienden hebben gezegd dat ik het gedaan had: ik heb die man in elkaar geslagen, ik heb die man getaserd, ik ben als eerste naar binnen gegaan, ik heb die man gestoken, alles. Dan ben je de lul. Dan kan je niks. Is het zes woorden tegen één woord. Vanaf toen waren ze mijn vrienden niet meer en daarna ga ik heel, heel af en toe eens nog met ze om.

Slechtste moment in leven

Mijn slechtste moment uit me leven is dat ik laatst vast heb gezeten. Ik heb voor de rest nog nooit vastgezeten, toen was het echt de eerste keer dat ik vast heb gezeten en toen daarna nog een keer. Dat was drie maanden in totaal, maar dat was het ook weer. Eerst zat ik in de Bijlmerbajes. In beperkingen, dus dan mag je helemaal niks. Dan heb je ook geen tv, je mag niet met medegevangenen praten, je mag niks. En één keer per dag luchten, uur. Ook in je eentje, bovenin. En de rest van de dag zit je op je kamer. Gewoon niks. Ik werd ook gillend gek daar. Ik was blij toen ik werd overgeplaatst. Ik denk “nou mooi, kan ik daar weg”. Bij jeugdgevangenis kon ik gewoon PlayStation doen, ik kon tv kijken, op m’n kamer een tv, ik kon eten bestellen, ik kon zelf koken, sporten, alles kon ik doen. En ik krijg nog geld elke week van de overheid. Tien euro. Nou, hoe mooi kan je het hebben? Iedereen krijgt dat. Kan je je snoep bestellen, of peuken, sigaretten, kan je dan kopen. Nou ja, dat is toch prima. Bij volwassengevangenis heb je dat niet. Ja, bij jeugdgevangenis is het gewoon een hotel. Gratis eten, gratis sporten, gratis activiteiten, alles kan je doen. School, werken kan je daar. Ik moest naar school. Nou ja, prima, dan ga ik wel naar school toe. Ik was een uitzondering, want je kan tot je vijfentwintigste of zo mag je nog jeugdgevangenis in. Maar het heeft te maken met je thuissituatie, hoe alles gaat.

Enkelband

Ik heb ook een jaar met een enkelband gelopen plus avondklok. En taakstraf van 280 uur. Ik had het liefst alleen een taakstraf gehad of zo. Maar ik heb het hele pretpakket gekregen gewoon zo. Ze krijgen gewoon een melding binnen en dan bellen ze mij kan je naar huis gaan? Ik zeg “ik sta in de tuin”. Dan zit dat precies op zo’n grens. Of dan word ik gewoon ’s nachts wakker gebeld, “je moet nu direct naar huis”. Ik zeg “ik lig in m’n nest, je belt me wakker”. En dan komt politie langs en dan lig ik gewoon in m’n nest. De eerste maand zijn ze twee keer langs geweest en daarna zijn ze nooit meer langs geweest. Maar dat ding deed het toch niet, dus ik kon toch weg. Hij had elke keer van hij is wel thuis, hij is niet thuis, wel thuis, niet thuis. En dan bellen ze me “ik verzoek je nu naar huis te gaan”. Ik zeg “ik ben thuis- Moet je m’n vader? Hier alsjeblieft.” Het is wel vervelend. Douchen is irritant, sporten is irritant. Ik ga ook met sporten in een korte broek en iedereen zag dat ding, dat maakt me niet uit.

Kantelmoment

Vanaf dat moment dat ik vastzat is het alleen maar beter gegaan. Ik moet wel zeggen, daardoor is het wel gekomen dat ik sneller die keerpunt heb gemaakt, om alles te beteren. Ik zie andere jongens die

35

daar zitten, die zijn al helemaal aan het plannen van wat ze gaan doen. Ze gaan wel weer de fout in. Ik zat alleen maar te denken, hoe ga ik aan een baan komen? Hoe ga ik m’n geld regelen, dat ik gewoon m’n aflossing kan betalen? Je gaat ook in de tussentijd nadenken en schakelen van, “Is het nou wel verstandig? Moet ik niet een andere weg gaan kiezen?” Dat kwam vanzelf. Ik zei tegen de jongens van, jongens, ik word steeds ouder. De problemen, als ik opgepakt word bijvoorbeeld, worden steeds groter en groter. En op een gegeven moment kom ik er niet meer vanaf. Straks kom je helemaal niet meer aan een baan. En dat wilde ik wel. Vanaf het moment dat ik tijdens dat ik vastzat, dat het steeds beter ging, is het alleen maar omhooggegaan. Ik wil gewoon werken, ik wil een vaste baan, ik wil later huisje, boompje, beestje. Alles en dat soort dingen. Daar denk ik nu nog steeds over van, ik blijf maar verbeteren, verbeteren, verbeteren. Op m’n werk heb ik ook nog weleens een paar dipjes gehad, van dat ik bijna me baan verlies, net niet, net wel. Met mijn huidige hulpverlener Tom erbij, hebben we het kunnen redden. Moet m’n baan gewoon kunnen houden. Ik heb m’n laatste kans gehad en die pak ik nu met allebei de handen aan.

Hulpverlening

Rond mijn achttiende was Tom in mijn leven gekomen. Maar ik was ook nog niet echt heel veel contact met hem, dat was toen ook nog net pril was het toen nog. En toen is dat dieptepunt gekomen en toen zijn we heel intensief bezig geweest. We hebben eerder hulpverleners gehad, maar dat was niet echt goed. Ik heb er heel veel gehad, ik zou niet weten hoe veel. Ze zijn niet op twee handen te tellen. Ik denk dat je er wel een handje bij mag nemen. Dit beloven en het niet kunnen waarmaken en gewoon slecht zijn, gewoon het werk niet goed doen, laks, luiigheid, op een moment komen dat ik niet kan en toch dat ik er toch moet zijn ja dat heeft geen zin. Dus dat werkte ook gewoon niet. Met Tom ben ik wel echt bezig. Er komt natuurlijk een tijd dat dat jeugdwerk ophoudt bij mij, maar ook gewoon qua we blijven contact houden en als hij me kan helpen dan doet hij dat. Als er wat is dan helpt hij nog steeds.

Werk

Het was voor mij wel echt heel erg wennen van, ineens uit vanuit niets fulltime werken. Ook eigenlijk alleen maar stress gehad in die periode voordat ik ging werken. Alleen maar stress geweest. Gezeik, dit en dat. En dan ineens, bam, omslaan, werk. En ook met vroeg opstaan en lang werken of soms gewoon niet komen, omdat ik gewoon doodop was. Of omdat ik niet wilde. Ik was gewoon echt moe. Ik bleef op een gegeven moment de hele dag te slapen. Ik ben nu heftruckchauffeur. Maar ik ga daar ook stoppen. Ik ga waarschijnlijk nog drie maanden werken. En eens in die drie maanden tijd ga ik samen met Tom een nieuwe werkgever zoeken. Ja. Want ik vind het niet leuk meer daar. Ik geef aan waar ik mee zit en er worden afspraken gemaakt dat ik allemaal dingen zal gaan doen en dat is vanaf begin af aan is dat nog steeds niet gebeurd. Ik zou meer orders gaan picken, ik zou vrachtwagens lossen en laden gaan doen, maar ja, dat gebeurt dus ook niet. Ik ben alleen maar aan het schoonmaken daar. En ik werk alleen en daar kan ik niet tegen. Ik werk liever in een team dat vind ik veel prettiger. De bouw, dus de betonvlechting en scooterbedrijven. Ervaring heb ik zat met scooters, ik weet alles. Ik weet hoe ik zo’n blokje aan de praat moet krijgen. En ook hoe ik hem af moet stellen en moet doen, dat weet ik allemaal. Geef mij maar een scooter en zeg maar trek hem helemaal uit elkaar en ik trek hem helemaal uit elkaar. En zet hem daarna weer in elkaar.

Relatie met politie

Het gaat nu prima, rustig, geen stress, ik hoef niet achterom te kijken van of politie of zo. Af en toe op die brommer rijden kijk je wel even gewoon voorzichtig, kijk zoals hier nou ook er zou zomaar politie kunnen komen en ik ben de lul. Politie kom ik nog weleens tegen, die zegt, “we horen eigenlijk niks meer van je, het gaat hartstikke goed”. Uiteindelijk is dat gelukt. Dat hoor ik ook en het gaat ook alleen maar beter. Dat geeft een goed gevoel. Ik doe wel mannelijk van, het boeit me eigenlijk niks, maar het is wel prettig om te horen dat ze het zien. En dat ze niet in dat negatieve blijven zitten.

Andere vrienden

Ik heb nou weer een andere vriendengroep waar ik veel mee ben, die zijn ook alleen maar met die brommers bezig. Ook echt geleerd op mijn achterwiel te rijden, dus dat is wel leuk. Die hebben vroeger heel veel gesloopt, dat wordt nu ook steeds minder nu ze ouder worden. Ze zijn aan het werk, zijn niet heel veel meer buiten. Ja ‘s avonds zijn ze wel buiten, maar qua slopen dat gebeurt bijna niet meer, want ze hebben gewoon geen tijd, gewoon ze zijn lekker een jointje aan het roken, lekker genieten van het weer, prima toch, even drankje doen. Heeft iedereen als je ouder wordt, minder behoefte aan spanning en kick. Ik heb allemaal geen zin in dat gezeik joh. Alleen omdat ik een

36

brommertje rijd. Het is gewoon klaar, ja ik heb goeie fouten gemaakt, dure fout, ik heb ervan geleerd. Een fout, dat is het ook gewoon.

Blik op de toekomst

Als ik het opnieuw kon doen, had ik alles anders gedaan. En dat ik gewoon naar school ging en dat ik gewoon m’n best ging doen en dat ik gewoon m’n papiertjes haalde en alles. Dat ik gewoon het perfecte kind was, maar gewoon goed. Dat soort dingen. Ik kijk nooit echt terug naar m’n leven. Ik kijk altijd vooruit, wat ga ik dan doen? Wat ga ik morgen doen? Verleden is verleden. En ik richt me alleen maar op de toekomst.

Plannen

Mijn rijbewijs moet ik nog halen, omdat ik vastgelopen ben op het theoriestuk. Maar ik wil eerst mijn theorie hebben, voordat ik praktijk ga doen. Scooterrijbewijs heb ik ook nog niet. Maar ik heb wel een scooter. Ik kan er gewoon op rijden, gewoon verzekerd en ik heb een helm, ik heb sleutels. Wat ik later ga doen zou ik niet weten. Maar als mensen blijven vragen om brommers te repareren dan ga ik er uiteindelijk wel gewoon geld voor vragen. Als het zo doorgaat dan kan ik er binnenkort misschien ook van gaan leven, zwart. Het zou het mooiste zijn, daar ga ik wel een klein beetje van uit, dat het ook echt witgeld wordt, dat het gewoon legaal alles is. Kijk want dit is gewoon bij hobbyen bijklussen, maar dat ik het daarmee gewoon via de kamer van koophandel mijn eigen kan inschrijven, groothandels hup en zo dat ik alles kan bestellen en doen. Dat is wel echt het plan nu. Daar ben ik Tom wel mee bezig.

Terugvalrisico

Ik denk dat de risico op terugval klein is, want dan had het nu al moeten gebeuren. De verleiding is er niet meer. Ik denk nu anders weet je wel. Soms zegt je gevoel ik kan het meenemen, maar dan denk ik van nee doe nou niet, want dan gaat mijn hart tutututu. Dat doe ik nou niet meer. Ik heb zoiets van, ik ben nou tweeëntwintig, ik kan het gewoon betalen, ik hoef het niet mee te nemen. Ik doe het ook niet. Ik denk ook aan de consequenties van als ik dit doe dan vervolg ik dat, dat, dat en dat. En wat win ik ermee, een product van nog niet eens vijf euro. Boete van twee keer 181 euro aan de winkel en aan de Overheid, nee dat is het niet waard. Consequenties voor m’n werk en misschien van alles en nog wat erbij daar heb ik geen zin in joh.

 

Studierichting: Social work

Status: Open

Label: Openbaar

1 Niveaus: HBO/bachelor. Type opdracht: Scriptiebegeleiding. Opdracht tags: Actuele criminologie. Vergoedingen: 250-500.

1645 total views, 2 today

Reageer op deze opdracht

Schaf een pakket aan om op opdrachten te kunnen reageren.